De stroom van de economie benutten

Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text
Alternate Text

zorgvuldig aangelegde en onderhouden parken

serre als daktuin

verticale landbouw

privétuinen

grootschalige precisielandbouw

hoogtechnologische stallen

overstromingsveilig wonen in paalwoningen

wonen in het groen aan een meerprijs

uitgebouwde recreatieve infrastructuur in natuurgebieden

'DE STROOM VAN DE ECONOMIE BENUTTEN' IN EEN NOTENDOP

In de kijkrichting ‘De stroom van de economie benutten’ is de natuur een waardevol middel om een inkomen te genereren. Ze krijgt betekenis als een groene productiefactor voor de economie (bv. hout, vezels, olie, energie, voedsel …), als decor voor wonen, werken en ontspannen en als inspiratiebron voor product- en procesontwerp. Het accent ligt op natuur die past bij de individuele levensstijl van mensen of bij de bedrijfsstijl van investeerders.

Veel aandacht gaat naar een efficiënt gebruik van de natuurlijke voorraden en grondstoffen. Mensen zijn er vast van overtuigd dat we een de uitbouw van een functionele groene infrastructuur grotendeels kunnen realiseren via markttransacties: private investeringen, financiële stimulansen, nieuwe economische ontwikkelingen … Privé-initiatief staat centraal: bedrijven en filantropen creëren kansen voor natuur en voor de economische activiteiten die haar benutten. Co-financiering van natuurbeheer is de regel. De rol van de overheid bestaat er vooral in om de randvoorwaarden voor een goede marktwerking te bewaken en nieuwe markten te creëren die het beheer en de ontwikkeling van een kwaliteitsvolle groene infrastructuur stimuleren. Ze beschermt ook aantal belangrijke kerngebieden voor natuur om toch minimaal aan de Europese doelen terzake te voldoen.

‘DE STROOM VAN DE ECONOMIE BENUTTEN’ VERBEELD

Stedelijke gebieden

De parken en tuinen in dorpskernen en steden zijn zorgvuldig aangelegd en onderhouden. Ze zijn hoofdzakelijk in privéhanden. Sommige parken zijn vrij toegankelijk, voor andere betaal je inkomgeld of heb je een lidkaart nodig. Huizen met uitzicht op een park zijn duurder. Tuinen zijn gericht op comfort en ontspanning. Ook de plantenkeuze is daarop afgestemd: speciaal gekweekte cultivars krijgen de voorkeur. Bedrijven die natuur een plaats geven op hun terreinen, mogen haar een tijdelijk karakter geven, zodat de terreinen later nog ontwikkeld kunnen worden.

Landelijke gebieden

In landelijke gebieden komen landbouw en natuur strikt gescheiden voor. In landbouwzones primeert een industrieel landbouwmodel. Technologische oplossingen beperken de milieu-impact ervan. De overheid beschermt landbouwgrond tegen andere gebruiken.

Valleien en de kust

De inrichting van rivieren en valleien gebeurt geïntegreerd en met aandacht voor veiligheid, recreatie, bevaarbaarheid en landbouw. Bemiddelaars brengen de diverse economische actoren met elkaar in contact. Voor de kust worden eilanden aangelegd voor de tijdelijke opslag van hernieuwbare energie en als een kosteneffectieve vorm van kustbescherming.

Natuurgebieden

Om natuurgebieden in stand te houden of nieuwe te ontwikkelen is een onderliggend verdienmodel nodig. Nieuwe bronnen van inkomsten, bijvoorbeeld uit toerisme, jacht, sponsoring of zelfs verzekeringspremies, worden daarvoor aangeboord. Grote natuurparken hebben een goed uitgebouwde recreatieve en toeristische infrastructuur. Een belangrijk deel ervan is in privéhanden. De individuele, marktconforme voorkeuren van de eigenaar of investeerder bepalen het natuurbeeld van het gebied.

Mijn belangrijkste bouwstenen zijn duurzame, liefst lokaal geproduceerde grondstoffen en werknemers die zich goed in hun vel voelen.
Mijn belangrijkste bouwstenen zijn duurzame, liefst lokaal geproduceerde grondstoffen en werknemers die zich goed in hun vel voelen.

 “Mijn naam is Marc en ik ben de bedrijfsleider van PROCUPA. Dertig jaar geleden waren veel bedrijven alleen bekommerd om hun eigen activiteiten en veel minder om de maatschappelijke prijs daarvan. Vandaag stel ik andere prioriteiten voor mijn bedrijf: mijn belangrijkste bouwstenen zijn duurzame, liefst lokaal geproduceerde grondstoffen en werknemers die zich goed in hun vel voelen.”

“Mijn bedrijf ligt langs de Dender. De overheid heeft hier de jongste jaren veel geïnvesteerd in een betere waterkwaliteit, waardevolle natuur en een lager overstromingsrisico. Aanvankelijk waren er plannen om mijn bedrijf weg te halen, maar uiteindelijk kon ik toch blijven. Dat heeft veel voordelen: het zuivere rivierwater kan ik in mijn productieproces gebruiken en mijn werknemers genieten van een gezonde, groene werkomgeving. Ze zijn trouwens allemaal aandeelhouders van mijn bedrijf en willen samen met mij bijdragen aan het bevorderen van ecosysteemdiensten. Daar staat een rechtvaardig en uitgebalanceerd fiscaal systeem tegenover.”

“Ons bedrijvenpark maakt deel uit van een groen netwerk van graslanden, bosjes en een open waterbeheersysteem. Dat netwerk wordt gemeenschappelijk beheerd. Het sluit aan bij de nieuwe natuur rond het nabijgelegen dorp en verbindt het met het natuurgebied langs de rivier. Wie dat natuurgebied wil bezoeken, betaalt daar één euro voor. Het groene netwerk laat ons toe om gemeenschappelijke hernieuwbare-energievoorzieningen te installeren, met zonnepanelen en groendaken. De recent aangelegde fietsverbindingen worden nu al druk gebruikt. Samen met de gemeente en het lokale vervoersbedrijf hebben we ook een pendeldienst ingericht voor onze werknemers. Wie nu nog met de auto komt, betaalt parkeergeld. Daardoor zijn heel wat wagens van ons terrein verdwenen. En daar voelt iedereen zich goed bij.”

 

door Patrick Dictus

‘De stroom van de economie benutten’: het DNA

De natuur vormt in deze kijkrichting een belangrijke voorraadkamer. Ze wordt gewaardeerd om haar productiemogelijkheden voor de economie, vormt een decor om activiteiten te ondernemen en biedt inspiratie voor het ontwerp van producten en processen.

Gevarieerde landschappen bieden een omgeving waarin mensen zich graag ontspannen en genieten. Wie in het groen wil wonen, betaalt daar met plezier wat meer voor. Waar natuur de basis vormt voor hernieuwbare grondstoffen, bijvoorbeeld voor bioraffinage, energieproductie of de houtindustrie, gaat de voorkeur naar efficiënte rassen of variëteiten die een groot volume en een goede kwaliteit opleveren. Veel voorkomende planten en siersoorten zijn in deze kijkrichting evenveel waard als zeldzame exemplaren. Zeldzame soorten zijn vooral een reservevoorraad voor nieuwe toepassingen in een snel veranderende omgeving. Enkel invasieve exoten die de opbrengst van andere soorten aantasten, worden bestreden. 

Bedrijven en particulieren nemen het voortouw bij de creatie van groene infrastructuur. Ze bepalen ook gedeeltelijk hoe die natuur wordt beheerd en ingericht. Banken, verzekeringsmaatschappijen en retailers leggen hun klanten en leveranciers randvoorwaarden op voor een duurzame land- en bosbouw, woningbouw en zo meer. Individuen zijn in deze visie zelf verantwoordelijk voor hun keuzes: wie in een overstromingsgevoelig gebied woont, moet zelf de schade van eventuele overstromingen betalen.

De overheid moet vooral de randvoorwaarden voor een duurzame marktwerking bewaken. Daarnaast creëert ze nieuwe markten, zoals die voor de opslag van koolstof, en stimuleert ze het beheer en de ontwikkeling van groene infrastructuur via subsidies, veilingen en fiscale maatregelen. Zo’n systemen beschermen de voedselproductie en verminderen de druk van niet-landbouwers, zoals paardeneigenaars of beleggers, op landbouwgrond. Permanente en tijdelijke groene infrastructuur krijgen een apart juridisch statuut, zodat het aanleggen van tijdelijke natuur voor de eigenaar geen risico’s op juridische complicaties inhoudt bij de ontwikkeling van zijn terrein. De overheid beschermt ook aantal belangrijke kerngebieden voor natuur om toch minimaal aan de Europese doelen terzake te voldoen.

Overheden, natuurverenigingen en andere landeigenaars gaan in deze kijkrichting actief op zoek naar manieren om het beheer van hun gronden te co-financieren. Dat kan bijvoorbeeld door recreatie in natuurgebieden betalend te maken, door exclusieve vakantiewoningen te bouwen in aantrekkelijke landschappen, door toegangsgelden te innen of door mensen te laten betalen voor ecosysteemdiensten zoals koolstofopslag of recreatieruimte. Giften van privépersonen en bedrijven dragen in belangrijke mate bij aan de financiering van natuurgebieden. Doordat veel natuur in privébezit is, kan de toegankelijkheid ervan sterk variëren. Zo kunnen sommige gebieden gedeeltelijk of volledig privé zijn of alleen toegankelijk voor leden. Kennis rond het aanleggen, beheren en benutten van groene infrastructuur is waardevol en kan vermarkt worden. Bedrijven ontwikkelen hoogwaardige technologische oplossingen om maatschappelijke uitdagingen te verkleinen, bijvoorbeeld via precisielandbouw, smart cities of de overgang naar een circulaire economie.

lees meer

Sterktes en zwaktes van 'de stroom van de economie benutten’

Focus op economie laat minder ruimte voor natuur

In deze kijkrichting ligt de nadruk op het gebruik van ons natuurlijk kapitaal. Rendabiliteit en financiële inkomsten vormen een belangrijke drijfveer voor investeringen in groene infrastructuur. Op die manier kan de kijkrichting makkelijker een oplossing bieden voor de huidige marktgebonden uitdagingen zoals de productie van voldoende voedsel en biomassa als grondstoffen voor onze economie. Ook voor uitdagingen die samenhangen met potentieel nieuwe markten, zoals een aangename woon- en werkomgeving creëren of koolstof opslaan, liggen oplossingen meer voor de hand.

Het blijft evenwel moeilijk te voorspellen of de getroffen maatregelen de voedselzekerheid kunnen waarborgen. De kijkrichting steunt hoofdzakelijk op een industriële, intensieve landbouw en de keuze voor natuurgebaseerde technieken is sterk afhankelijk van hun rendabiliteit. Dat brengt risico’s mee voor de veerkracht van het landbouwsysteem ten opzichte van veranderingen in onze omgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de invloed van klimaatverandering of van economische ontwikkelingen op wereldschaal.

De kijkrichting vertrekt vanuit een scheidingslogica. Natuur en economie worden alleen verweven als dat economische baten oplevert. Dat heeft als gevolg dat investeringen in natuur afhankelijk zijn van de voorkeuren van consumenten en producenten. De uitbreiding van groene infrastructuur is daardoor eerder beperkt in omvang.

De natuurgebieden zijn in deze kijkrichting door de band genomen kleiner. Dat maakt ze minder goed bestand tegen externe verstoringen en vergroot de kans op biodiversiteitsverlies. Om de milieudruk te verminderen rekent de kijkrichting op onzekere factoren zoals technologische ontwikkelingen en een gedragswijziging bij producenten en consumenten. Privatisering kan ervoor zorgen dat sommige bevolkingsgroepen minder toegang hebben tot natuur. Op dat vlak kan de overheid enigszins regulerend optreden.

lees meer

Andere kijkrichtingen

Culturele identiteit versterken

Natuur en leefomgeving bepalen onze identiteit.

Meer info

De natuur haar weg laten vinden

Robuuste natuur krijgt veel ruimte.

Meer info

Samenwerken met de natuur

De natuur wordt doelgericht ingezet om de uitdagingen (overstromingsrisico, luchtvervuiling, droogte- of hittestress...) duurzaam aan te pakken.

Meer info